Anders leven

Omslag boek Anders levenIn het voorjaar van 2015 verscheen bij uitgeverij Berne Media het boek Anders leven. Hedendaagse monastieke spiritualiteit, van Thomas Quartier. Hij is docent aan de Radboud Universiteit Nijmegen en de Katholieke Universiteit Leuven en gasthoogleraar aan de Benedictijnse Hogeschool Sant Anselmo in Rome. Maar in verband met deze post nog wezenlijker: hij is lid van de monnikengemeenschap van de St. Willibrordsabdij bij Doetinchem. Zijn boek is een diepgravende zoektocht naar het wezen van de monastieke spiritualiteit en het doel van zo’n monastiek levenspad. Het is een heel persoonlijk boek waarin hij voortdurend laat zien, hoe deze oude levensvorm mensen wakker kan schudden om anders te leven: binnen de kloostermuren maar zeker ook daarbuiten. Mij inspireert het boek om met nieuwe ogen naar de vormgeving van mijn leven als thuismonnik te kijken en het geeft natuurlijk stof voor deze post.

Thomas Quartier scherpt mijn beeld van de levensvorm van een monnik behoorlijk aan. Hij laat mij zien dat je geen monnik bent, maar dat de monnik zich een bepaalde levenshouding en levensinhoud voortdurend aan het eigen maken is: dat je binnen de kloostermuren voortdurend monnik wordt. Een monnik is een leerling aan het leven, die als uiteindelijk richtpunt God heeft: het gaat een monnik om het goede, het ware en het schone. Hij richt zijn leven daartoe anders in dan jij en ik, in de overtuiging (en de eeuwenlange ervaring van monniken) dat die andere levensvorm helpt om dichter bij het doel te komen. De monastieke praktijken, zoals het getijdengebed, stilte, lezen, waken en vasten ondersteunen allemaal op hun eigen wijze deze vorming tot monnik. Pas nu ik Anders leven voor de tweede keer lees en goed tot mij door laat dringen, besef ik de waarde van Quartiers boek voor mij als thuismonnik.

Drie jaar geleden ben ik begonnen met deze weblog en website. Op de pagina met als titel Thuismonnik schreef ik toen: ik ben in wezen een monnik. Veel berichten die ik hier sindsdien heb gepubliceerd, gaan over de betekenis die monnik-zijn voor mij heeft. Maar ik heb ook veel geschreven over mijn pad van “heiden” naar katholiek en de zoektocht naar een thuis in het landschap van de katholieke kerk. Door het boek Anders leven ben ik de afgelopen drie jaar en deze weblog en website gaan zien als mijn postulaat. “Een postulant is een soort leerling-monnik. Je gaat nog geen binding aan, maar verblijft vrijwillig in het klooster om gevormd te worden.” (tekst van de website van de St. Willibrordsabdij). Het postulaat is de periode waarin je onderzoekt, wat het betekent om te kiezen voor de levensvorm van een monnik. Ik heb deze drie jaar periodes gehad, waarin ik erg bezig was met de betekenis van monnik-zijn of monastieke praktijken zoals gebed en contemplatie. Maar ook waren er periodes dat de thuismonnik ver naar de achtergrond verdwenen was. Het was een tijd waarin ik veel bezig ben geweest met het zoeken naar de juiste vorm, maar waarbij de laatste tijd de inhoud wat op de achtergrond is geraakt. Echt dus een postulaat, een zoektocht, met als ondertitel: Ruimte maken voor de monnik in mijzelf.

Het wordt nu tijd voor de volgende stap. Als je ervan overtuigd bent dat de levensvorm van een monnik bij je past en de abt laat je toe, dan wordt het postulaat gevolgd door het noviciaat, waarin je ingewijd wordt in de monastieke geschriften, thuis raakt in de Heilige Schrift en liturgische vorming ontvangt. “En verder word je geholpen om je de waarden van het monastieke leven, althans in eerste aanzet, eigen te maken”, aldus opnieuw de St. Willibrordsabdij. Anders leven biedt veel inspiratie aan ieder die zich deze monastieke waarden eigen wil maken. Thomas Quartier onderzoekt en beschrijft in zijn boek het wezen van het monnik-zijn aan de hand van de traditie en van zijn eigen ervaringen binnen en buiten de kloostermuren. Hij weet situaties uit onze gewone dagelijkse werkelijkheid van niet-kloosterling te gebruiken als leerstof voor de vorming als monnik. Maar hij weet ook elementen of praktijken uit de monastieke spiritualiteit zo uit te leggen, dat ze mij kunnen helpen om mij de waarden van het monastieke leven eigen te maken buiten de kloostermuren. Zijn boek is een mooie leidraad voor mijn noviciaat en hij is een goede novicemeester voor deze thuismonnik.

Als thuismonnik-novice wil ik dit nieuwe jaar ingaan. Laten wij er met zijn allen in 2016 voor zorgen, dat wij als echte monniken God, dat wil zeggen het goede, het ware en het schone niet uit het oog verliezen. Ik wens je een inspirerend jaar toe.


Zondagochtendgebed

Biddend meisje“Het zijn bange tijden, mijn God. Vannacht was het voor het eerst, dat ik met brandende ogen slapeloos in het donker lag en er vele beelden van menselijk lijden langs me trokken. Ik zal je een ding beloven, God, een kleinigheidje maar: ik zal mijn zorgen om de toekomst niet als evenzovele zware gewichten aan de dag van heden hangen, maar dat kost een zekere oefening. Iedere dag heeft nu aan zichzelf genoeg. Ik zal je helpen God, dat je het niet in mij begeeft, maar ik kan van tevoren nergens voor instaan. Maar dit éne wordt me steeds duidelijker: dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen en door dat laatste helpen wij onszelf. En dit is het enige, wat we in deze tijd kunnen redden en ook het enige, waar het op aankomt: een stukje van jou in onszelf, God. En misschien kunnen we er ook aan meewerken jou op te graven in de geteisterde harten van anderen. Ja, mijn God, aan de omstandigheden schijn jij niet al te veel te kunnen doen, ze horen nu eenmaal ook bij dit leven. Ik roep je er ook niet voor ter verantwoording, jij mag daar later ons voor ter verantwoording roepen. En haast met iedere hartslag wordt het me duidelijker: dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen en dat we de woning in ons, waar jij huist, tot het laatste toe moeten verdedigen.”

Dit gebed is van Etty Hillesum: ze heeft het op 12 juli 1942 opgetekend in haar dagboek, dat onder de titel Het verstoorde leven is gepubliceerd. Geboren in 1914 in Middelburg, studeerde zij na haar schooltijd in Deventer rechten en Slavische Talen in Amsterdam. Zij werd geïnterneerd in het doorgangskamp Westerbork, waar ze in dienst van de Joodsche Raad geprobeerd heeft mensen bij te staan. In september 1943 ging zij zelf op transport naar Auschwitz, waar zij waarschijnlijk op 30 november 1943 overleed. Een bijzondere joodse vrouw die temidden van alle leed een sterke geestelijke ontwikkeling doormaakte, waardoor zij “een stukje van jou in onszelf, God” wist te bewaren. Haar “bange tijden” zijn de steeds sterkere beperkingen waaraan joden onderworpen werden en de verhalen over werkkampen en vernietiging. Zij wist wat het joodse volk te wachten stond. En toch was er in haar een sterk besef dat het wezenlijk is om niet te vervallen in haat van anderen of boosheid op God. Het is noodzakelijk om de woning in ons waar God huist, onze menselijkheid en liefde, tot het laatste toe te verdedigen. God kan ons niet helpen, Hij is ook niet verantwoordelijk voor het geweld en de haat die wij elkaar aandoen: wij zullen het zelf moeten oplossen, te beginnen door “een stukje van jou in onszelf, God” te bewaren.

Onze eigen “bange tijden” zijn oplopende internationale spanningen en haantjesgedrag, moord en doodslag in het Midden-Oosten, Afrika en andere delen van de wereld, waarbij in naam van God de meest afgrijselijke misdaden worden gepleegd. En dan lees ik zo’n prachtig zondagochtendgebed van een jonge joodse vrouw uit het Amsterdam van 1942, dat bezet was door een volk waarvan de leiders uit waren op de vernietiging van haar eigen mensen. Het gebed raakt me in zijn liefde voor mensen die eruit spreekt. Als zij zo met haar situatie om weet te gaan, dan moet ik in mijn veilige Nederland anno 2015 toch in staat zijn om moslims als medemensen te zien en haat en verkettering geen kans te geven? En jij toch ook? En misschien “kunnen we er ook aan meewerken (God) op te graven in de geteisterde harten van anderen”. Ja toch, Geert Wilders?


Dominicaan zijn

Vorig jaar ben ik aan een bijzondere tocht begonnen. Na een gesprek met twee leden van het bestuur en een gesprek met een lid van de Commissie Initiële Vorming ben ik toegelaten tot het aspirantenjaar van de DLN, de Dominicaanse Lekengemeenschap Nederland. Met vijf anderen en de drie leden van de commissie ben ik begonnen aan een traject van kennismaking met de leden en organisatie van de DLN en van onderzoek van de vier pijlers van de dominicaanse spiritualiteit: contemplatie, gemeenschap, studie en zending of verkondiging. De Dominicanen zijn de orde van de predikers. Zij zijn vanuit een open houding betrokken op de maatschappij en de kerk, zoeken naar waarachtigheid en gerechtigheid en verkondigen wat zij aan waarheid gevonden hebben. Zij proberen oprecht Jezus’ voorbeeld van gerechtigheid en omgang met verschoppelingen gestalte te geven in hun leven in deze wereld. Doel van mijn traject was om te onderzoeken of ik mij thuisvoel bij de DLN en mij als leek met de orde wil verbinden.

Twee weken geleden was onze laatste bijeenkomst van de aspiranten. ‘s Middags hebben we gesproken over de vraag of je er al uit bent, of je in oktober professie gaat doen. Door professie te doen op de regel van de DLN tijdens een bijzondere viering met mensen van alle geledingen van de orde (broeders, zusters, leken) verbind je je voor drie jaar aan de orde. Na drie jaar en voortgezette vorming kun je die professie bekrachtigen voor het leven. Als leek ben je dan een volwaardig lid van de orde van de Dominicanen. Na veel twijfel heb ik besloten om geen professie te doen, ondanks het feit dat ik mij bij de DLN thuis voel en denk dat de dominicaanse identiteit erg bij mij past. Dat besluit heeft onder andere te maken met de bestaansgrond van dit weblog: uitzoeken wat monnik-zijn voor mijzelf betekent.

Een monnik is een godzoeker en voor mij is monnik-zijn ook sterk verbonden met verstilling, inkeer in mijzelf en mij in die stilte open stellen voor een ontmoeting met God. Ik heb die stilte nodig om de verbinding met Hem, met de “andere Ander” (term van James Alison) of het Hogere, te voelen. Verstilling en kloosters van trappisten of benedictijnen voeden mijn band met God en mijn geloof. Dominicanen vinden verstilling belangrijk om van daaruit de wereld in te gaan: vanuit de contemplatie naar de actie. Ik heb dit jaar gemerkt dat de DLN bij mij vooral het gericht-zijn op de buitenwereld versterkt: de actie. Dat is geen fout van de DLN, dat is eenvoudig het effect dat deze groep mensen en het volle jaarprogramma met activiteiten op mij heeft. Ik heb gemerkt dat de verstilling en contemplatie tekort komen.

Ik verlang erg naar de inkeer die ik anderhalf jaar geleden heb ervaren bij de trappisten, maar ik heb geen tijd en ruimte voor een dergelijke retraite. En ik ben ook een Thuismonnik: ik heb een plek die mijn eigen plek is en een man die ik veel alleen laat. Niet alleen mijn verlangen naar inkeer komt tekort, ook mijn thuis komt tekort. Hoewel ik ervan overtuigd ben dat de dominicaanse spiritualiteit en levenshouding heel erg bij mij passen, heb ik daarom toch met pijn in mijn hart besloten om afscheid te nemen van de DLN en geen professie te doen als lekendominicaan. Maar, zoals een van mijn begeleiders het formuleerde, je kunt heel goed Dominicaan zijn buiten de DLN om. En misschien sta ik er over een aantal jaren wel anders in. God knows.